Zaterdag 5 september namen we afscheid van Trincomalee en begonnen we aan onze rit richting Kandy. Het zou geen dag worden waarop we zo snel mogelijk van A naar B reden. Onderweg maakten we juist allerlei stops: van een lokaal ontbijt en een fruitmarkt tot houtsnijwerk, batik, een kruidentuin en een kleurrijke hindoetempel.
En ergens onderweg moesten we ook nog bedenken waar we die avond eigenlijk gingen slapen. Ons hotel in Kandy hadden we namelijk nog niet geboekt.
Afscheid van ons verblijf in Trincomalee
Om 07:45 uur kwam er iemand langs bij onze accommodatie zodat we het verblijf konden betalen. Niet veel later, iets voor 08:00 uur, zaten onze spullen weer in het busje en konden we vertrekken.
Onze eerste missie van de dag was simpel: ontbijt.
Rond 09:00 uur stopten we bij Hela Bojun Hala (හෙළ බොජුන් හල). Geen uitgebreid westers ontbijtbuffet, maar juist allerlei Sri Lankaanse hapjes achter de toonbank. Precies wat we wilden.
Van alles één bij Hela Bojun Hala
Omdat we eigenlijk geen idee hadden wat we allemaal voor ons zagen, besloten we het op onze inmiddels favoriete manier aan te pakken: van alles één bestellen en samen proeven.
En dat leverde een behoorlijk bijzonder Sri Lankaans ontbijt op.
Op tafel verscheen eerst een groot bord met allerlei verschillende hartige en zoete hapjes. We herkenden onder andere een vadai/wade: de goudbruine, ringvormige gefrituurde snack die een beetje doet denken aan een hartige donut. Daarnaast lagen er verschillende gefrituurde balletjes en rolletjes, een felgele gestoomde snack en verschillende bereidingen op basis van rijst, linzen en deeg.
Eén van de opvallendste hapjes was de witte rol van hele fijne rijstnoedels. Toen ik hem openbrak, bleek er een zoete vulling in te zitten die eruitzag als kokos met palmsuiker of jaggery. Van buiten heel zacht en luchtig, van binnen juist zoet en een beetje plakkerig.
We bestelden daarnaast een dunne dosa: een grote, dunne Zuid-Indiase pannenkoek die ook in Sri Lanka veel wordt gegeten. Die kregen we met een kruidige curry en een groene kokosachtige chutney erbij. Stukje afscheuren, door de curry halen en proeven.
Op een apart bordje kregen we ook nog een plat, wat steviger broodachtig gerecht met een pittige rode sambol. Sommige dingen op tafel waren zacht en mild, andere krokant, kruidig of behoorlijk pittig. Daardoor was eigenlijk iedere hap weer een verrassing.
En natuurlijk hoorde bij zo’n Sri Lankaans ontbijt een kopje thee.
Ik vind dit soort ontbijtjes tijdens een rondreis eigenlijk veel leuker dan een buffet in een hotel. Je weet niet altijd precies wat je bestelt – en eerlijk gezegd wisten we achteraf van sommige hapjes nog steeds niet precies hoe ze heetten – maar juist daardoor probeer je dingen die je thuis waarschijnlijk nooit zelf zou uitkiezen.
En met vier personen is onze tactiek ideaal: van alles één bestellen, in stukken delen en allemaal proeven. Valt iets tegen? Dan hoef je er gelukkig ook niet meteen vier van op te eten.
Fruit proeven langs de weg
We reden verder richting Kandy en stopten onderweg bij een fruitmarkt. Ook daar was genoeg te ontdekken.
Sadew liet ons verschillende soorten fruit proeven. We aten onder andere mangosteen, ananas, druiven en mango, maar probeerden ook dingen die we zelf waarschijnlijk niet zo snel uit de schappen hadden gepakt.
Mangosteen vond ik alleen al leuk vanwege de manier waarop je hem eet. De dikke donkerpaarse schil gaat open en daarbinnen zitten witte partjes vruchtvlees verstopt.
Ook kregen we kleine vruchten om direct te proeven en natuurlijk kwamen er weer allerlei soorten tropisch fruit voorbij.
Op deze markt kocht ik bovendien een flesje honing. Die honing hadden we eerder bij de curd gehad en dat vond ik zo’n lekkere combinatie dat er een flesje mee moest.
Hoe krijgt hout al die verschillende kleuren?
Onze volgende stop was een plek waar houtsnijwerk werd gemaakt en verkocht. Sri Lanka staat vol met houten olifanten, maskers, beelden en andere decoraties, maar hier kregen we eerst te zien hoe verschillende houtsoorten worden gebruikt en hoe ze aan hun kleur komen.
Vooral de demonstratie met natuurlijke pigmenten vond ik interessant.
Volgens de uitleg zouden natuurlijke pigmenten langer mooi blijven dan chemische kleurstoffen. Om te laten zien hoeveel kleuren je uit één natuurlijke basis kunt krijgen, werd er materiaal van zogenoemd rainbow wood afgeschraapt.
En toen begon het scheikunde-experiment.
In combinatie met water ontstond een rode kleur. Met limoensap veranderde die kleur vervolgens richting paars. Door nog meer limoensap toe te voegen werd het weer geel en met kalk ontstond uiteindelijk een soort melkachtig roze.
Met een paar ingrediënten stonden er ineens compleet verschillende kleuren op tafel.
Dat vond ik veel interessanter dan alleen door een winkel vol houten beeldjes lopen.
Een enorme woodcarving shop
Na de demonstratie kwamen we natuurlijk in de winkel terecht. Die was behoorlijk groot. Je kon er van alles vinden: van kleine souvenirs tot grote Boeddhabeelden, olifanten en uitgebreid houtsnijwerk.
Er werd ons verteld dat ze ook veel naar Europa exporteren en dat ze opslag of distributie in Rotterdam en Amsterdam hadden.
De prijzen in de winkel vonden wij alleen behoorlijk hoog. Hoe mooi sommige stukken ook waren, we gingen hier niet ineens met een houten olifant van een halve meter onder onze arm naar buiten.
Uiteindelijk kochten we alleen een klein houten masker als souvenir.
Even kijken hoe batik wordt gemaakt
Naast de woodcarving zat een batikwinkel, dus daar gingen we ook nog even naar binnen.
We kregen een korte demonstratie van het proces. Bij batik worden delen van stof afgedekt voordat de stof in een verfbad gaat. Door het afdekken en verven meerdere keren te herhalen, kunnen verschillende patronen en kleuren worden opgebouwd.
We konden zien hoe de stoffen in verschillende bakken werden behandeld en daarna was er natuurlijk opnieuw een winkelgedeelte.
Leuk om een keer gezien te hebben, al voelde deze stop voor ons wel iets toeristischer dan sommige andere ervaringen tijdens de reis. Het was duidelijk een plek waar groepen worden rondgeleid en daarna de winkel in gaan.
Daarom keken we vooral rond en gingen we daarna weer verder.
Royal 100 Spice and Herbal Garden
Onze volgende stop was Royal 100 Spice and Herbal Garden.
Een spice garden stond sowieso op mijn lijstje voor Sri Lanka. We kregen een gids mee die ons door de tuin leidde en verschillende planten, kruiden en specerijen aanwees. Daarbij vertelde hij waarvoor ze traditioneel gebruikt worden en welke werking eraan wordt toegeschreven.
De uitleg klonk interessant, al was de tuin zelf uiteindelijk veel kleiner dan ik vooraf had verwacht. Je loopt niet door een enorme plantage, maar langs een vrij compact gedeelte met verschillende planten.
Daarna kwamen we, niet geheel verrassend, bij de winkel uit.
Hier kochten we cinnamon oil en roasted curry powder. Vooral die laatste vond ik leuk om mee te nemen, omdat ik thuis graag kook en na alle curries tijdens deze reis natuurlijk ook zelf met Sri Lankaanse smaken aan de slag wil.
We aten bij de spice garden ook nog een klein hapje voordat we weer in het busje stapten.
Jackfruit voor onderweg
Sadew zorgde er ondertussen goed voor dat we nieuwe dingen bleven proberen. Onderweg kocht hij jackfruit voor ons.
Dat was inmiddels een beetje een terugkerend onderdeel van onze ritten geworden: ergens langs de weg stoppen omdat er iets verkocht werd wat we volgens Sadew moesten proberen.
En ik vond dat eigenlijk alleen maar leuk. Juist die kleine stops die vooraf helemaal niet in onze planning stonden, zorgden ervoor dat we steeds nieuwe smaken leerden kennen.
Matale Sri Muththumariamman Temple
Voordat we Kandy bereikten stopten we nog bij de Sri Muththumariamman Temple in Matale.
Na onze tempelbezoeken in Trincomalee begon één ding inmiddels wel duidelijk te worden: hindoetempels in Sri Lanka zijn bepaald niet ingetogen.
Ook deze tempel was ontzettend kleurrijk.
We betaalden entree en konden vervolgens buiten om het tempelcomplex heen lopen. Het terrein zelf was niet heel groot, maar er was genoeg te bekijken. De gevels en torens zitten werkelijk vol met kleurrijke beelden, figuren en versieringen.
Overal waar je kijkt gebeurt iets.
Zelfs als je niet precies weet wat ieder beeld of iedere figuur betekent, blijft het bijzonder hoeveel werk en detail er in zo’n gebouw zit.
We hadden nog steeds geen hotel in Kandy
Daarna werd het toch tijd om richting Kandy te rijden.
Er was alleen nog een klein praktisch detail.
We hadden nog geen hotel.
We hadden bewust nog niets vastgelegd en Sadew kende verschillende mogelijkheden in Kandy. Hij kwam met een aantal opties en kon ter plekke ook nog iets met de prijs regelen.
Uiteindelijk kozen we voor Thilanka Hotel.
Dat bleek een prima beslissing.
Aankomst bij Thilanka Hotel in Kandy
Bij aankomst kregen we eerst een welkomstdrankje en daarna konden we naar onze kamers op de vierde verdieping.
Onze kamers lagen naast elkaar en hadden allebei een balkon. Pas ’s avonds kwamen we erachter dat de kamers zelfs onderling met elkaar verbonden waren.
Vanaf het balkon keken we uit over het zwembad, het meer en de bergen rondom Kandy. Na een hele dag in de bus met allerlei tussenstops was het daarom niet moeilijk om te bedenken wat we als eerste gingen doen.
Zwemkleding aan.
Het hotel heeft een vrij klassieke en statige uitstraling. Ons werd verteld dat het gebouw vroeger een oud paleis zou zijn geweest en dat de interieurstijl daar vandaan kwam. Dat verhaal hebben we tijdens ons verblijf zo gehoord; hoe de precieze geschiedenis in elkaar zit, hebben we zelf niet verder uitgezocht.
Zwemmen tijdens zonsondergang
We gingen naar het zwembad en precies op dat moment begon de zon langzaam achter de bergen te verdwijnen.
Vanaf het zwembad hadden we uitzicht over de omgeving van Kandy en zagen we de lucht steeds verder verkleuren. Na alle stops van die dag was dit een heerlijk rustig moment.
Even zwemmen, niks bezoeken, nergens uitleg over krijgen en gewoon kijken hoe de zon ondergaat.
Daarna gingen we douchen en omkleden voor het avondeten.
Mijn eerste hopper in Sri Lanka
We besloten die avond gewoon bij Thilanka Hotel te eten.
Ik hoopte eigenlijk een egg hopper te proberen, maar die was er niet. Wel kon ik eindelijk mijn eerste gewone hopper eten.
Hoppers zijn dunne, komvormige pannenkoekjes die aan de randen krokant worden en in het midden wat zachter blijven. Je eet ze bijvoorbeeld met curry of sambol. Na al die dagen Sri Lanka werd het dus hoog tijd dat ik er eindelijk eentje probeerde.
Daar bleef het natuurlijk niet bij. We namen ook dahl, rijst en verschillende desserts en ik bestelde er een cocktail bij.
Een goede afsluiting van alweer een dag waarop eten eigenlijk continu als rode draad door het programma liep.
Na het diner gingen we met z’n vieren nog even zitten om te bespreken wat we de volgende dag in Kandy wilden gaan doen.
Daarna was het tijd voor bed.






