Na onze eerste nacht in Colombo was het tijd om de stad alweer achter ons te laten. Vandaag begon onze rondreis door Sri Lanka pas echt. Onze bestemming was Sigiriya, maar onderweg stond er al genoeg op het programma. We bezochten onze eerste tempel, zagen de eerste apen van de reis en deden een village tour waarbij we met een tractor en boot op pad gingen. Het leukste onderdeel voor mij? De traditionele kookdemonstratie, waarbij we zagen hoe een kokosnoot uiteindelijk veranderde in verse kokosmelk voor een Sri Lankaanse curry.
Van Colombo naar Sigiriya
Na het ontbijt vertrokken we vanuit Colombo richting Sigiriya. De komende dagen reisden we met onze chauffeur Sadew, die ons met een busje met drie rijen stoelen door Sri Lanka zou rijden. Met vier personen en alle bagage was die extra ruimte zeker geen overbodige luxe.
Zodra we Colombo achter ons lieten, veranderde het uitzicht. De drukte van de stad maakte steeds meer plaats voor kleine dorpjes, veel groen en een landschap dat eindelijk begon te voelen zoals ik me Sri Lanka vooraf had voorgesteld.
Onderweg stopten we bij Canela Ceylon Cafe aan een meer. Hier konden we meteen onze eerste verse kokosnoot drinken en vissen voeren. Geen grote bezienswaardigheid die vooraf op onze planning stond, maar juist zo’n spontane tussenstop die een rondreis leuk maakt.
Onze eerste tempel in Sri Lanka
Daarna volgde onze eerste tempel van de reis. Om er te komen moesten we eerst een flinke trap omhoog. Met de warmte erbij was dat meteen een goede warming-up voor wat ons de volgende dag bij Sigiriya te wachten stond.
Onderweg zagen we ook onze eerste apen. Op dat moment nog heel bijzonder – later tijdens onze rondreis zouden we ontdekken dat je in Sri Lanka bepaald niet lang hoeft te zoeken om een aap tegen te komen.
Eenmaal boven op Dambulla Rock konden we uitkijken over de groene omgeving. In de verte zagen we onder andere de enorme gouden Boeddha bij de Golden Temple van Dambulla. Het was onze eerste kennismaking met de boeddhistische tempels in Sri Lanka en er zouden er tijdens deze reis nog heel wat volgen. In de Dambulla Caves zag je diverse boeddha’s. Daarna zijn we nog naar Dambulla Golden Temple and Buddha Statue gereden.
Village tour bij Sigiriya
Na het tempelbezoek was het tijd voor iets compleet anders: de Pelwehera Village Safari. Tijdens deze tour kregen we verschillende traditionele manieren van leven, koken en werken te zien.
Het avontuur begon met een bijzonder vervoermiddel. We stapten in een eenvoudige kar achter een soort wandeltractor. En daar bleef het niet bij, want we mochten ook zelf even achter het stuur.
Daarna reden we richting het water, waar een blauwe boot op ons lag te wachten. Het was hier heerlijk rustig. Om ons heen zagen we vooral water, riet en groen, met in de verte de heuvels van het Sri Lankaanse landschap.
Tijdens de boottocht kregen we hoedjes gemaakt van bladeren en natuurlijk mochten we zelf ook proberen te peddelen. Dat ziet er altijd heel eenvoudig uit wanneer iemand anders het doet, totdat je zelf die peddel in je handen krijgt.
Aan de andere kant van het water gingen we verder richting een traditionele hut. Hier wachtte het onderdeel waar ik persoonlijk het meest nieuwsgierig naar was: de kookdemonstratie.
Sri Lankaans koken tijdens de village tour
Wie Striped Panda vaker bezoekt, weet dat eten tijdens een reis voor mij minstens zo interessant is als de bezienswaardigheden. Ik schrijf regelmatig recepten en vind het juist leuk om te ontdekken welke ingrediënten ergens worden gebruikt en hoe lokale gerechten traditioneel worden klaargemaakt. Ik kon hier dus wel even blijven kijken.
We kregen niet simpelweg een lunch voorgeschoteld, maar zagen eerst hoe een aantal onderdelen van onze maaltijd werden gemaakt. Dat begon met een hele kokosnoot.
De kokosnoot werd voor onze neus geopend. Daarna werd hij verder opengemaakt om bij het witte vruchtvlees te komen, natuurlijk mochten we ook wat hieruit drinken om te proeven. Met een traditionele kokosschraper werd het vruchtvlees vervolgens helemaal fijn geraspt.
Dat mochten we natuurlijk zelf ook proberen. Bij iemand die dit waarschijnlijk ontelbare keren heeft gedaan ziet het er ontzettend makkelijk uit. Zodra je zelf aan de beurt bent, blijkt dat toch een ander verhaal.
Het leuke was dat de versgeraspte kokos meteen verder werd verwerkt. Er werd water aan toegevoegd en vervolgens werd de kokos met de handen gekneed en uitgeknepen. Het witte vocht dat daarbij vrijkwam was de verse kokosmelk.
Thuis zou ik zonder erbij na te denken een blik kokosmelk opentrekken. Hier zagen we binnen een paar minuten hoe je van een kokosnoot zelf kokosmelk maakt – en die werd vervolgens direct gebruikt om mee te koken.
Een van de gerechten die ze voor ons maakte was een gerecht met okra, in Sri Lanka ook wel ladies’ fingers genoemd. De okra werd gecombineerd met onder andere ui, knoflook, tomaat, peper, currybladeren en verschillende specerijen, waaronder kurkuma en currypoeder. Alles ging samen in een aardewerken pot en daar werd de versgemaakte kokosmelk aan toegevoegd.
Vervolgens ging de pot op het houtvuur. Geen gasfornuis, inductieplaat of keukenapparatuur, maar een aardewerken pot rechtstreeks boven brandend hout.
Voor een ander onderdeel van de maaltijd gebruikte ze een grote stenen maalplaat. Hierop werden ingrediënten met een zware steen fijngemalen tot een soort pasta of sambal. Het principe deed me een beetje denken aan een enorme platte vijzel. Ook hier kwam weer geraspte kokos bij kijken.
Het werd tijdens de kookdemonstratie wel duidelijk hoeveel toepassingen een kokosnoot heeft. Eerst drink je het kokoswater, vervolgens wordt het vruchtvlees geraspt, van die geraspte kokos wordt kokosmelk gemaakt en de kokos zelf komt ook weer terug in verschillende gerechten.
Toen alles klaar was, stond de tafel vol met kleine aardewerken schaaltjes. In plaats van een gewoon bord kregen we een groot bananenblad waarop de maaltijd werd geserveerd. Een flinke schep rijst in het midden en daaromheen verschillende curry’s, groenten en sambols. Natuurlijk zat daar ook de okracurry bij die we kort daarvoor hadden zien ontstaan.
Juist doordat we het hele bereidingsproces hadden gezien, vond ik deze lunch extra leuk. Van het openmaken van de kokosnoot en zelf kokos raspen tot het maken van kokosmelk, het koken boven het houtvuur en uiteindelijk alles terugzien op ons bananenblad.
En natuurlijk begon het bij mij meteen te kriebelen om thuis ook eens met deze smaken aan de slag te gaan. Een Sri Lankaanse curry of sambol gaat dus zeker nog een keer in mijn eigen keuken verschijnen.
Een dak vlechten van palmbladeren
Na het eten kregen we nog een andere traditionele techniek te zien. Met lange palmbladeren werd een groot paneel gevlochten.
De bladeren werden volgens een vast patroon over en onder elkaar gelegd. Langzaam veranderde de wirwar van losse stroken in een stevig gevlochten geheel. Dit soort panelen worden onder andere gebruikt voor de daken van traditionele hutten.
We hoefden eigenlijk alleen maar omhoog te kijken om het eindresultaat te zien. Het dak van de hut waarin we net hadden zitten koken en eten was op dezelfde manier gemaakt.
Ik vond dat een mooie afsluiting van de village tour. Tijdens één activiteit hadden we gezien hoe natuurlijke materialen die hier volop aanwezig zijn op allerlei manieren worden gebruikt. Een kokosnoot wordt drinken, geraspte kokos én kokosmelk, terwijl palmbladeren uiteindelijk onderdeel kunnen worden van een huis.
Op naar Sigiriya
Na de village tour vervolgden we onze reis richting Sigiriya, net voor dat we er waren stopte we nog bij VeeRaa Ayurveda Spa. Hier had Sadew een massage geregeld. Voor iedereen een full body massage met daarna een kruidensauna. Eenmaal aangekomen bij Sigiriya Jungle Resort, werden we gastvrij ontvangen. We werden met een golfkarretje naar onze kamers gebracht en na wat opfrissen zijn we aangesloten bij een uitgebreid buffet. Super mooi resort met mooi zwembad in het midden van de tuin.
Onze eerste echte reisdag door Sri Lanka zat daarmee behoorlijk vol. We waren vanuit Colombo het binnenland ingereden, hadden een tempel bezocht, onze eerste apen gezien, verse kokos gedronken, vissen gevoerd, op een tractor gereden, over een meer gevaren, Sri Lankaans leren koken en gezien hoe palmbladeren tot dakbedekking worden gevlochten. En onderweg langs de weg hebben we onze eerste wilde olifant gespot!
En dit was eigenlijk nog maar het begin.
De volgende ochtend zou de wekker namelijk al om 05.00 uur gaan. We wilden de warmte zoveel mogelijk voor zijn en hadden bedacht om eerst de Pidurangala Rock te beklimmen en daarna óók nog Sigiriya Lion Rock.
Twee hikes op één ochtend.
Dat leek ons op dat moment een prima plan…






